KNMI Nieuwsberichten

-- Berichten van gisteren of eerder.
23 september 2017 Zaterdagochtend, 23 september, is er een seismische gebeurtenis waargenomen in Noord-Korea. Om 10.29 uur Nederlandse tijd (8.29 uur UTC) is er een event met een magnitude van 3,6 op de schaal van Richter opgetreden in het noordoosten van het land (bron CTBTO). De voorlopige locatie is 60 km ten oosten van de nucleaire test locatie Punggye-ri. Op deze locatie voert Noord-Korea kernbomproeven uit, zo ook recent nog op 3 september 2017 (https://www.knmi.nl/over-het-knmi/nieuws/seismische-activiteit-in-noord-korea-geregistreerd). De kernbomproeven worden wereldwijd gemeten. Een seismisch station in de nabijheid in China heeft de kernbomproeven ook gemeten (zie figuur 2). Hierbij valt de gelijkenis van de signalen op. Sterke proeven leiden tot een sterker signaal, echter is de golfvorm zelf steeds bijna hetzelfde. De seismische gebeurtenis van zaterdagochtend en de kernbomproef van 2006 worden vergeleken in figuur 3. Waar de seismische signalen van de kernbomproeven steeds op elkaar lijken, is dat nu niet het geval. De amplitude van het huidige event is met een factor 10 vermenigvuldigd om een goed vergelijk te kunnen maken. De eerste uitslag, rond 55 seconden, is voor de kernbomproef veel sterker dan van het seismische event van vandaag. De oppervlaktegolven, tussen de 100 en 140 seconden, zijn bij een kernbomproef veel minder aanwezig dan bij het huidige event. Deze verschillen zijn indicatief dat het huidige event geen explosie is. Een explosie gebeurt vanuit één punt waardoor de meeste energie in de eerste aankomst zit. Een aardbeving is een veel complexer bron die zich over een gebied, het breukvlak, uitstrekt. Dit leidt tot meer oppervlaktegolven en ook minder energie in de eerste aankomst. Voorlopig concludeert het KNMI dat de gebeurtenis van vandaag geen explosie is De locatie en magnitude volgen uit een eerste analyse en zullen, zodra er meer gegevens beschikbaar zijn, verbeterd worden.
za, sep 23, 2017
Source: KNMI Nieuwsberichten
22 september 2017 Op 13 september bereikte het Arctisch zee-ijs zijn minimum met een oppervlakte van 4,64 miljoen vierkante kilometer. In het voorjaar van 2017 was het zee-ijsmaximum nog op een record laag niveau, maar de koele Arctische zomer heeft ervoor gezorgd dat het minimum voor 2017 pas op de 8e plaats kwam. Door de opwarming van de aarde neemt de hoeveelheid zee-ijs in de Arctische Oceaan gestaag af. Het jaarlijkse oppervlakteminimum is nog maar tweederde van wat het rond 1980 was. De afname van het zee-ijsvolume is nog groter. Van het volume uit die tijd is nog maar een kwart over. De hoeveelheid Arctisch zee-ijs fluctueert echter sterk van jaar tot jaar. Daarom is 2017 geen recordjaar, maar past wel binnen een dalende trend. Vanwege de afname in zee-ijs is het Arctische gebied steeds makkelijker per schip te doorkruisen. De noordwest (langs de Canadese kust) en noordoost passages (langs de Siberische kust) zijn de laatste jaren steeds vaker open. Dit jaar was de noordoost passage vanaf half augustus vrij van zee-ijs. Deze was voor het eerst open in 2005, en dat beide passages tegelijk open waren gebeurde voor het eerst in 2008. De sterke afname van het Arctisch zee-ijs houdt ook in dat het ijs dunner wordt en er meer open plekken zonder ijs ontstaan. Vroeger was de Noordpool niet per schip bereikbaar. Het ijs was simpelweg te dik. Het lukte voor het eerst in 1977, toen de Russische ijsbreker Arktika de Noordpool na 176 uur varen vanaf Moermansk bereikte. Precies 40 jaar later, op 17 augustus 2017, had het schip de 50 let pobedy ('50 jaar overwinning') maar 79 uur nodig voor diezelfde route. De grotere bereikbaarheid van de Arctische Oceaan heeft ook economische en geopolitieke consequenties. Door opening van de passages wordt de vaarroute tussen de Atlantische en de Stille Oceaan sterk verkort. Daarnaast zijn er toenemende mogelijkheden voor de exploitatie van olievelden en de visserij. Dit leidt tot ecologische risico's voor dit kwetsbare gebied en is ook een bron van geopolitieke spanningen. KNMI-klimaatbericht door Rein Haarsma en Andreas Sterl
vr, sep 22, 2017
Source: KNMI Nieuwsberichten
22 september 2017 Op 13 september bereikte het Arctisch zee-ijs zijn minimum met een oppervlakte van 4,64 miljoen vierkante kilometer. In het voorjaar van 2017 was het zee-ijsmaximum nog op een record laag niveau, maar de koele Arctische zomer heeft ervoor gezorgd dat het minimum voor 2017 pas op de 8e plaats kwam. Door de opwarming van de aarde neemt de hoeveelheid zee-ijs in de Arctische Oceaan gestaag af. Het jaarlijkse oppervlakteminimum is nog maar tweederde van wat het rond 1980 was. De afname van het zee-ijsvolume is nog groter. Van het volume uit die tijd is nog maar een kwart over. De hoeveelheid Arctisch zee-ijs fluctueert echter sterk van jaar tot jaar. Daarom is 2017 geen recordjaar, maar past wel binnen een dalende trend. Vanwege de afname in zee-ijs is het Arctische gebied steeds makkelijker per schip te doorkruisen. De noordwest (langs de Canadese kust) en noordoost passages (langs de Siberische kust) zijn de laatste jaren steeds vaker open. Dit jaar was de noordoost passage vanaf half augustus vrij van zee-ijs. Deze was voor het eerst open in 2005, en dat beide passages tegelijk open waren gebeurde voor het eerst in 2008. De sterke afname van het Arctisch zee-ijs houdt ook in dat het ijs dunner wordt en er meer open plekken zonder ijs ontstaan. Vroeger was de Noordpool niet per schip bereikbaar. Het ijs was simpelweg te dik. Het lukte voor het eerst in 1977, toen de Russische ijsbreker Arktika de Noordpool na 176 uur varen vanaf Moermansk bereikte. Precies 40 jaar later, op 17 augustus 2017, had het schip de 50 let pobedy ('50 jaar overwinning') maar 79 uur nodig voor diezelfde route. De grotere bereikbaarheid van de Arctische Oceaan heeft ook economische en geopolitieke consequenties. Door opening van de passages wordt de vaarroute tussen de Atlantische en de Stille Oceaan sterk verkort. Daarnaast zijn er toenemende mogelijkheden voor de exploitatie van olievelden en de visserij. Dit leidt tot ecologische risico's voor dit kwetsbare gebied en is ook een bron van geopolitieke spanningen. KNMI-klimaatbericht door Rein Haarsma en Andreas Sterl
vr, sep 22, 2017
Source: KNMI Nieuwsberichten
20 september 2017 Waar veel mensen vorig jaar rond deze tijd nog genoten van heerlijk nazomerweer, begint de herfst dit jaar koud en nat. In de kustprovincies is op sommige plaatsen deze maand tot nu toe al twee keer zoveel neerslag gevallen als gebruikelijk in de hele maand. Het is normaal dat aan het einde van de zomer en in de herfst de meeste neerslag in de kustprovincies valt. Oorzaak is het relatief warme water van de Noordzee. Waar de temperatuur in het najaar boven land al flink kan afnemen, neemt de watertemperatuur maar langzaam af. En hoe groter het verschil is tussen de luchttemperatuur en de watertemperatuur, hoe talrijker en zwaarder de buien zijn die kunnen ontstaan. Landinwaarts lossen deze buien dan meestal geleidelijk weer op. Langs de kust valt in september gemiddeld zo'n 80-95 mm neerslag, tegen 65-70 mm in het (zuid)oosten van het land. Dit jaar viel er langs de westkust op sommige plaatsen in september al meer dan 200 mm. De watertemperaturen zijn op dit moment niet uitzonderlijk hoog maar de wind kwam vaker dan normaal uit noordwestelijke richtingen met een aanvoer van koude lucht. In de kustregio's zien we sinds 1951 een sterkere toename in de hoeveelheid neerslag dan landinwaarts, met name in de herfst. Ook het aantal dagen per jaar in de kustregio's met meer dan 20 mm is verdubbeld en sterker toegenomen dan landinwaarts (Buishand et al., 2011). Een mogelijke verklaring voor deze toename is het warmer worden van de Noordzee. De toename van de temperatuur van de Noordzee is echter onvoldoende nauwkeurig bekend om met zekerheid vast te stellen of deze sneller of langzamer is gestegen dan de temperatuur boven land. Naast het temperatuurcontrast tussen land en zee speelt ook de overwegende windrichting in een veranderend klimaat een rol.(Attema en Lenderink, 2014) Voor nu lijkt de rest van deze september gelukkig wat droger uit te vallen. KNMI-klimaatbericht door Carine Homan
wo, sep 20, 2017
Source: KNMI Nieuwsberichten
Actief orkaanseizoen Dat er nu relatief veel orkanen ontstaan is het gevolg van verschillende oorzaken. De meest belangrijke zijn relatief warm zeewater in de tropische Atlantische oceaan, La Niña en een actieve West-Afrikaanse moesson. Orkanen ontstaan uit grote buiencomplexen vaak voor de kust van Afrika zoals bij Irma en Maria of in de golf van Mexico in het geval van Harvey. Een actieve West-Afrikaanse moesson zorgt voor meer buiencomplexen op de Atlantische oceaan. Om zich verder te kunnen ontwikkelen moet het zeewater tot op grote diepte voldoende warm zijn wat nu het geval is. Verder moet de wind in de bovenlucht relatief zwak zijn, zoals tijdens een La Niña, zodat de wolkentoppen niet worden weggeblazen. Klimaatverandering Hoewel toevallige factoren zoals El Niño of La Niña grote invloed hebben op het aantal orkanen dringt zich de vraag op of het grote aantal orkanen van dit jaar ook samenhangt met klimaatverandering. Modelberekeningen laten zien dat de atmosfeer door klimaatverandering stabieler wordt waardoor er in de toekomst juist minder orkanen gevormd worden. Maar ook dat ze in een warmer klimaat wel krachtiger worden. Door de grote grilligheid in het aantal orkanen, wordt dit door de waarnemingen nog niet bevestigd. De twee zware orkanen Harvey en Irma van dit seizoen kunnen op dit moment nog niet worden toegeschreven aan klimaatverandering. De hoeveelheid regen neemt wel duidelijk toe. KNMI en Caribisch Nederland Het KNMI verzorgt de meteorologische en seismische berichtgeving voor Caribisch Nederland. Dit zijn de bijzondere gemeenten Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Op de KNMI-website voor Caribisch Nederland staan weersverwachtingen voor de bewoners van de BES-eilanden, specifieke berichten voor de lucht- en scheepvaart en een een speciale pagina met orkaanverwachtingen voor de BES-eilanden. Bij extreme omstandigheden - zoals orkanen, hoge golven en overstromingen door overvloedige regen - worden waarschuwingen en adviezen uitgegeven aan de gezaghebbers, de Rijksvertegenwoordiger, lokale crisiscoördinatoren en het Nationaal Crisis Centrum (NCC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
di, sep 19, 2017
Source: KNMI Nieuwsberichten
Actief orkaanseizoen Het is tot nu toe een zeer actief orkaanseizoen. Sinds het begin in juni zijn er al zeker zes orkanen geregistreerd waarvan vijf krachtige (categorie 2 of meer). Dat er nu relatief veel orkanen ontstaan is het gevolg van verschillende oorzaken. De meest belangrijke zijn relatief warm zeewater in de tropische Atlantische oceaan, La Niña en een actieve West-Afrikaanse moesson. Orkanen ontstaan uit grote buiencomplexen vaak voor de kust van Afrika zoals bij Irma of in de golf van Mexico in het geval van Harvey. Een actieve West-Afrikaanse moesson zorgt voor meer buiencomplexen op de Atlantische oceaan. Om zich verder te kunnen ontwikkelen moet het zeewater tot op grote diepte voldoende warm zijn wat nu het geval is. Verder moet de wind in de bovenlucht relatief zwak zijn, zoals tijdens een La Niña, zodat de wolkentoppen niet worden weggeblazen. Klimaatverandering Hoewel toevallige factoren zoals El Niño of La Niña grote invloed hebben op het aantal orkanen dringt zich de vraag op of het grote aantal orkanen van dit jaar ook samenhangt met klimaatverandering. Modelberekeningen laten zien dat de atmosfeer door klimaatverandering stabieler wordt waardoor er in de toekomst juist minder orkanen gevormd worden. Maar ook dat ze in een warmer klimaat wel krachtiger worden. Door de grote grilligheid in het aantal orkanen, wordt dit door de waarnemingen nog niet bevestigd. De twee zware orkanen Harvey en Irma van dit seizoen kunnen op dit moment nog niet worden toegeschreven aan klimaatverandering. De hoeveelheid regen neemt wel duidelijk toe. KNMI en Caribisch Nederland Het KNMI verzorgt de meteorologische en seismische berichtgeving voor Caribisch Nederland. Dit zijn de bijzondere gemeenten Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Op de KNMI-website voor Caribisch Nederland staan weersverwachtingen voor de bewoners van de BES-eilanden, specifieke berichten voor de lucht- en scheepvaart en een een speciale pagina met orkaanverwachtingen voor de BES-eilanden. Bij extreme omstandigheden - zoals orkanen, hoge golven en overstromingen door overvloedige regen - worden waarschuwingen en adviezen uitgegeven aan de gezaghebbers, de Rijksvertegenwoordiger, lokale crisiscoördinatoren en het Nationaal Crisis Centrum (NCC) van het ministerie van Veiligheid en Justitie.
ma, sep 18, 2017
Source: KNMI Nieuwsberichten
18 september 2017 Vorige week bereikte de eerste zware herfststorm van het jaar de Nederlandse kust. Het KNMI gaf vanwege de storm, genaamd Aileen, code oranje uit voor de kustprovincies. Met name op de Waddeneilanden werden hevige windstoten gemeten met snelheden tot 126 km/uur. Storm Aileen leidde tot vertraagde vluchten op Schiphol en incidenten op de weg door omgewaaide bomen en gekantelde vrachtwagens. Stormen kunnen op verschillende manieren ontstaan. De meeste stormen die Nederland treffen worden gevoed door het noord-zuid temperatuurverschil tussen de warme tropen en het koude poolgebied. Ze ontstaan boven de westelijke wateren van de Noord-Atlantische Oceaan en worden met de achtergrondstroming meegevoerd naar Nederlandse bodem. Dit was ook bij Aileen het geval. Incidenteel komen ook stormen naar Nederland die oorspronkelijk zijn geboren als orkaan boven tropisch zeewater. Orkanen halen energie uit warmte die vrijkomt bij condensatie van waterdamp. Deze tropische stormen kunnen met de achtergrondwind richting Europa waaien waar ze door het koudere zeewater hun kracht verliezen. Op hogere breedtegraden kunnen de oude orkanen als gevolg van het noord-zuid temperatuurverschil soms weer tot een sterke storm aanwakkeren. De hoge vochtigheid van deze getransformeerde orkanen brengt bovendien veel neerslag met zich mee. Het is nog een open vraag hoe herfststormen zich in de toekomst zullen ontwikkelen. Sommige modelsimulaties laten zien dat het warmere Atlantische zeewater meer getransformeerde orkanen richting Europa doet afbuigen. Andere studies vinden dat het aantal stormen dat op dezelfde manier ontstaat als Aileen niet veel zal veranderen maar dat dit type storm wel meer neerslag met zich mee zal brengen in een warmer klimaat. Verder onderzoek met fijnmazige klimaatmodellen zal ons waarschijnlijk meer inzicht geven in de stormen van de toekomst. KNMI-klimaatbericht door Eveline van der Linden
ma, sep 18, 2017
Source: KNMI Nieuwsberichten