Wat merken wij ervan dat de ECB de geldkraan dicht draait?

Naar 3,5 jaar is het waarschijnlijk over en uit met de bakken extra geld: na 2440 miljard euro de economieën ingepompt te hebben wil de Europese Centrale Bank het opkoopprogramma eind dit jaar stoppen.

Noordelijke landen stonden daar al tijden om te trappelen: het grootschalig opkopen zorgde onder meer voor extreem lage spaarrente en daar zijn we in spaarlanden Nederland en Duitsland niet blij mee. En ook pensioenfondsen hadden veel last van de lage rente.

Maar in landen als Italië, waar men wat minder van het sparen is, zijn ze dan weer niet blij met de aangekondigde stop. Wat gaan we er van merken?

Nog even geduld

Dat we er wat van gaan merken is wel de verwachting, maar je moet wel een beetje geduld hebben. Dat heeft te maken met hoe het opkoopprogramma van de ECB werkt: indirect.

Bij een gezonde economie hoort inflatie, vindt de ECB. Dat wil zeggen dat geld wat minder waard wordt, en dat prijzen stijgen. Dat prikkelt mensen namelijk om hun geld niet op te potten maar juist uit te geven. Niet teveel, maar zeker ook niet te weinig. Richting de 2 procent, maar niet meer, is ideaal.

Na de economische crisis in Europa, rond 2014, ging het helemaal niet goed met de inflatie. Die zakte zelfs even onder de nul. De economie herstelde zich niet snel genoeg. En dus besloot de ECB daarbij te helpen en de economie aan te wakkeren, door staats- en later ook bedrijfsobligaties op te kopen.

Daardoor kwam er meer geld in omloop en doordat er meer geld was werd dat iets minder waard. Ook de rente werd omlaag geschroefd, naar nul. Het was dus goedkoop om geld te lenen en dus uit te geven en te investeren. De inflatie komt nu in de buurt van de gewenste 2 procent.

‘Geen onmiddelijke verliezers’

“In feite gingen alle landen er onder dit beleid op vooruit,” zegt Carsten Brzeski, hoofdeconoom Duitsland van ING. “Ook in Nederland en Duitsland profiteerden we van de lagere rente.”

Nu we er gemiddeld wat beter voor staan in Europa, is dit soort stimulerende maatregelen minder nodig. De ECB vraagt al dat uitgeleende geld weliswaar niet meteen terug, maar voelt zich nu wel zeker genoeg om het opkopen van de schulden (onder voorbehoud) te stoppen.

Nu wordt er maandelijks nog 30 miljard aan leningen opgekocht. Vanaf oktober wordt er maandelijks nog maar 15 miljard in de economie gestoken en daarna is het uit.

Brzeski: “Landen ontvangen geleidelijk minder stimulering, maar ik denk niet dat landen achteruit gaan.”

Wel zal het overheden meer geld kosten om leningen af te sluiten in de markt, verwacht hij. “Dan denk je natuurlijk automatisch aan een land als Italië, maar ook dat gaat een tijdje duren voordat dat echt bij de Italiaanse overheid aankomt.”

Staatsobligaties worden voor jaren uitgegeven. Het kan dus nog enkele jaren duren voordat ze komen te vervallen. Dan kan het zijn dat er opnieuw moet worden geleend, wellicht tegen de dan hogere rentes.

Dat geldt overigens voor de meeste landen in Europa, benadrukt Brzeski. “Alleen als je een begrotingsoverschot hebt hoef je minder te lenen.”

Langzaam lucratiever sparen

Consumenten zullen daar in eerste instantie niet zo veel van merken, verwacht de econoom. Er zijn namelijk meer factoren van invloed op hoe snel de rente stijgt.

Naast het opkopen van schulden, zal de ECB ook sleutelen aan de rente die in de markt wordt gerekend. En die is bijvoorbeeld bepalend voor hoe goedkoop banken geld kunnen lenen van de ECB. Brzeski: “Ik denk dat we als consument moeten wachten tot de ECB deze rente zal verhogen. Die rente geeft op haar beurt weer de richting aan voor de spaarrente.”

Als het voor banken namelijk duurder wordt om geld te lenen op de markt, staan ze meer te springen om het spaargeld van de consument en zullen ze sparen wat aantrekkelijker maken.

Juist van die renteverhoging van de ECB zelf heeft bankpresident Draghi vandaag gezegd: dat gaat niet voor september volgend jaar gebeuren.

In oktober vorig jaar maakten we deze uitlegvideo over het opkoopprogramma van de ECB:

Bron: https://nos.nl/l/2236547

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *